Hoe verzetsheldin Andrée 2.000 kinderen uit de klauwen van de nazi’s redde: “Ze kreeg de meest zichtbare, en dus gevaarlijkste taak”

Andrée Geulen, een jonge leerkracht uit Brussel, merkte tijdens de Tweede Wereldoorlog hoe plots Joodse leerlingen wegbleven van school. Ze trad toe tot een geheim netwerk, het JVC, en redde met haar collega’s 2.000 kinderen uit de klauwen van de nazi’s, op gevaar van eigen leven. Mademoiselle Andrée, van wie Canvas maandag een portret uitzendt, is net 100 geworden en het enige nog levende lid van de verzetsorganisatie. “Ik heb twee moeders”, zegt een van de overlevende kinderen. “Eén echte die mij het leven heeft geschonken. En één die mijn leven heeft gered: Mademoiselle Andrée.”

Het is 1942, midden de Tweede Wereldoorlog. Andrée Geulen, net twintig jaar, vond het vreemd wat er met de Joodse kinderen op haar school gebeurde. Van de ene dag op de andere hadden ze niet alleen een gele ster op hun kleding, ze bleven ook één voor één weg uit de klas. De juf ontdekte dat ze systematisch – samen met hun ouders – werden opgepakt door de Gestapo, de geheime politie van nazi-Duitsland.

Kinderen oppakken? Dat was er ver over, vond Mademoiselle Andrée. Toen het Joods Verdedigingscomité (JVC) haar benaderde, twijfelde ze geen seconde. Ze gaf haar job als leerkracht op om toe te treden tot de clandestiene Joods-Belgische verzetsorganisatie. Wat zij en haar collega’s deden, met gevaar voor eigen leven, was uniek. Ze redden 2.000 bedreigde Joodse kinderen uit handen van de Duitsers. Andrée op haar eentje alleen al 300.

Geen joodse

De oorlogsheldin, van wie het zo goed als onbekende verhaal maandag wordt verteld op Canvas, is niet meer in staat een interview te geven. Ze is 100, en haar herinneringen moeten zelf worden opgefrist. Zij die altijd een ongelooflijk straf geheugen had, laat de volgende generaties vertellen. Onder hen haar dochters Anne (71) en Catherine (68).

“Mama was aangezocht omdat ze een jonge, knappe, blonde vrouw was, met als grote troef dat ze géén Joodse was. Daardoor zag ze er niet verdacht uit voor de Duitsers. Ze was un simple maillon, een kleine schakel in een ketting van een achttal vrouwen, maar als niet-Joodse werd ze ingezet voor de meest zichtbare en daardoor gevaarlijkste taak. Ze moest kinderen weghalen bij hun ouders om hen naar een schuilplaats te brengen.”

(lees verder onder de foto)

Gevaarlijkste taak

Mademoiselle Andrée en de andere vrouwen voerden een constante race tegen de klok, om de Gestapo voor te zijn. Dat ging gepaard met hartverscheurende taferelen, weten Anne en Catherine. “De ouders moesten hun kinderen toevertrouwen aan iemand die ze niet kenden, in een tijd waarin niemand te vertrouwen was. Ze wisten niet waar hun zonen en dochters naartoe werden gebracht en voor hoelang. Ze wisten niet eens of ze hen ooit zouden terugzien. Gelukkig had mama haar zachte uitstraling mee en haar vlotte omgang met kinderen.”

Onderweg naar het onderduikadres – bij gewone gezinnen, in kloosters en in homes over het hele land – leerde Mademoiselle Andrée de kinderen een nieuwe identiteit aan. Bijvoorbeeld: “Je echte naam is niet meer Esther, maar Marie. En je mag nooit zeggen dat je Jood bent.”

David Inowlocki, 83 intussen, was zo’n ondergedoken kind. De toen vierjarige jongen werd thuis in Molenbeek weggehaald door een collega van Mademoiselle Andrée. “Zij nam ons mee op de trein. En ze leerde mij: Ik ben Daniel Merckx, mijn ouders zijn gestorven in een bombardement. Mijn broer was Albert Merckx. In één uur tijd waren wij, Vlaamse Joden, opeens Waalse katholieken. We waren nog klein, maar we verstonden dat we moesten zwijgen.” Beide broers kwamen eerst in een instituut in Gilly terecht, daarna bij een alleenstaande huismoeder in Jumet en vervolgens in een home in Jamoigne.

Ingenieus systeem

Mademoiselle Andrée riskeerde haar leven met haar verzetsdaden. In de documentaire komt ze aan het woord in een archieffragment: “Als je twintig bent, heb je geen schrik.”

(lees verder onder de foto)

De oorlogsheldin werd nooit betrapt door de Duitsers. Al scheelde het niet veel, toen haar huisgenoot Ida, een Joodse met wie ze in het JVC zat, werd gearresteerd. “Mama durfde niet binnen te gaan in hun appartement, uit vrees dat de Duitsers haar daar zouden opwachten. Ze is naar de kapper gegaan voor een metamorfose: weg blonde lokken, in de plaats daarvan een krullenbol. Toen ze daarna bij haar ouders aanbelde, herkenden die haar niet meer. De hond wel. Hij sprong op haar.”

Vijf schriftjes, vijf adressen

Welk kind waar was ondergebracht, hield het JVC bij via een ingenieus systeem dat onmogelijk te ontcijferen was door de Duitse vijand. Ze werkten met vijf verschillende schriftjes. In het eerste werden de echte namen van de kinderen genoteerd, die elk een code kregen. In de andere lijsten stonden de ouderlijke adressen, de schuilnamen, de onderduikadressen en welk kind waar was ondergedoken, inclusief de codes. Elk schriftje lag op een ander adres, en niemand wist het van elkaar. Zelfs als de Duitsers één schriftje in handen kregen, konden ze niks met de informatie. Want alleen door de lijsten naast elkaar te leggen, was de code te kraken.

David Inowlocki, alias Daniel Merckx, en zijn broer (nummers 748 en 749 in de schriftjes) werden op het einde van de oorlog bij de directeur van het home in Jamoigne geroepen. “Er stond een man in zijn bureau. Herkennen jullie hem? Neen. Het was papa, fel vermagerd en vergrijsd. We hadden hem achttien maanden niet gezien. Pas toen hij onze naam zei, op zijn Jiddisch, waren we gerust dat hij echt onze vader was. Alleen hij kon dat zo uitspreken.”

Veel drama’s

Na de oorlog bleef Andrée Geulen zich engageren: ze probeerde de kinderen weer bij hun ouders te brengen. Daarbij waren de schriftjes cruciaal, door die naast elkaar te leggen en de codes met elkaar te verbinden. “Er hebben zich toch nog veel drama’s afgespeeld. Kinderen hadden een band met hun gastgezinnen en waren vervreemd van hun biologische ouders. Ook waren er veel weeskinderen, als gevolg van de Holocaust.”

Decennia later kreeg Mademoiselle Andrée nog steeds verzoeken van geredde kinderen. “Dan schreven ze iets als: Misschien kunt u ons helpen om de roots van onze ouders te achterhalen. Kunt u helpen? Wat was onze schuilnaam? Mama hoefde niet in de schriftjes te kijken. Want haar geheugen was fantastisch. Ze is in zekere zin het geheugen van zovele levens.”

Andrée Geulen werd voor haar engagement meermaals onderscheiden in binnen- en buitenland. Zo kreeg ze het ereburgerschap van de staat Israël. In feite ligt ze niet wakker van die erkenningen, beweren haar dochters. “Pas op, ze is dankbaar om die erkenning. Maar het is typerend wat ze in haar dankspeech zei bij een huldiging: Ik richt me niet tot de personaliteiten hier, maar tot de kinderen. Die kinderen, dat zijn de jongens en meisjes die ze tijdens de oorlog heeft gered, en die intussen zelf op leeftijd zijn, vaak al kleinkinderen hebben.”

(lees verder onder de foto)

Mademoiselle Andrée, die in een home in Brussel woont, vierde daar in september haar honderdste verjaardag met haar nog levende ‘kinderen’. Die zullen haar eeuwig dankbaar zijn. Een van hen, de intussen 86-jarige Suzanne, verwoordt het zo: “Ik heb twee moeders. Eén echte die mij het leven heeft geschonken: Rachel. En één die mijn leven heeft gered: Mademoiselle Andrée. Dat is toch ook een moeder? Of heb je daar een ander woord voor?”

‘Mademoiselle André’, Canvas, maandag om 21.20 uur


Het Nieuwsblad : NB

fritzonline