“Wie een avondje Afrika Cup kijkt, kan daarna weer een maandje corona-ellende aan”

Nico Dijkshoorn, de scherpste columnist van de lage landen, toont zich in deze column een grot fan van de Afrika Cup.

Vergeet het Europees kampioenschap en vergeet het WK in Qatar. Wie van voetbal houdt, zit deze maand naar de Afrika Cup te kijken. Alleen dat al. Die twee woordjes: Afrika Cup. Zoveel mooier dan de Europese Beker. Er klinkt heel veel Kuifje in door. Een nooit uitgegeven deeltje: Kuifje en de Afrika Cup. Zijn puppy blijkt opeens een zwarte bouvier te zijn.

Op mijn gevoel zeg ik: zelfs als ik niet wist wat het was, dan nog zou ik willen meedoen aan de Afrika Cup. Al moest ik in een kano om Afrika heen varen, wat me overeind zou houden is het woord ‘Cup’. Nico Dijkshoorn, de eerste Nederlander die de Afrika Cup heeft gewonnen.

Ik ga proberen in dit artikel zo vaak mogelijk ‘Afrika Cup’ te schrijven. Het maakt me allemaal niets meer uit. Mensen die willen leren schrijven en zich opgeven voor een twaalfweekse cursus ‘Succesvol Roman Schrijven’, die wordt geleerd dat je nooit een paar keer hetzelfde woord achter elkaar mag gebruiken.

Die goede raad levert vreemde stukjes tekst op. Een voorbeeld: iemand schrijft een stukje over zijn kind en wil dat woord niet nog eens gebruiken. Dan krijg je dit soort zinnen. “Ja, het was mijn kind. Ik keek naar de bengel. Wat was hij alweer gegroeid, mijn nageslacht. Hij moest huilen, mijn rakker. Snel pakte ik hem op, mijn lieve lieve deugniet.”

Ik doe daar in deze tekst niet aan. Kijk maar. Afrika Cup, Afrika Cup, Afrika Cup.

Ik kijk nu ongeveer iedere avond twee wedstrijden en ik wil niets anders meer. Het is toernooivoetbal zoals toernooivoetbal is bedoeld. In de zon, met dansende mensen op de tribune, wilde taferelen op het veld, mislukte afstandsschoten, krankzinnig coaches, verwarde scheidsrechters, de verkeerde volksliederen, prachtige doelpunten en schitterende dansjes vlak na een doelpunt.

Vooral dat laatste wil ik ook graag meer zien in de Belgische competitie. Dus niet met je opgeschoren kop een of andere gangsterbeweging maken in de hoek van het veld, of heel stoer je armen over elkaar doen en met je hoofd knikken, nee, voortaan wordt een van tevoren, gezamenlijk ingestudeerde choreografie gedanst.

Bijna alle Afrikaanse landen hebben een eigen schitterende dans na een doelpunt. Denkt u dan niet aan wat wij gewend zijn, dansen als Marc Coucke, met je blote pens boven op een tafel je eigen carnavalshit schreeuwzingen, maar prachtige, bijna ontroerende heupbewegingen en vooral: vrolijkheid!

Wie een avondje Afrika Cup kijkt, kan daarna weer een maandje corona-ellende aan. Even geen mannen en vrouwen in grauwe pakken die waarschuwen dat we allemaal zullen doodgaan, wat helemaal geen nieuws is, maar onbekommerde vreugde op een continent waar ze nog kunnen genieten van gerommel, gekloot, mislukte afstandsschoten en falende scheidsrechters.

Ik merk dat de Europese berichtgeving over de Afrika Cup mij begint te storen. Kort samengevat: “Hahaha, ze kunnen er niks van. Ze weten niet eens welk volkslied bij welk land hoort!” Dat lees ik nu al dagen, in alle kranten. Tijdens de wedstrijd tussen Mauritanië en Gambia werd tot tweemaal toe het verkeerde volkslied gespeeld en werd de spelers gevraagd of ze het dan maar zelf wilden zingen.

Ik vind dat geen blamage, maar net een ongekende sprong vooruit. Fuck volksliederen. Trots zijn op je land is de meest primitieve manier van leven. Toevallig in Leuven uit je moeder vallen en dan heel trots zijn op je land, ik zal het nooit begrijpen. Volksliederen zingen kan mij niet fout genoeg gaan. Laat het ze maar voelen, hoe onnozel dat is, vlak voor een voetbalwedstrijd schouder aan schouder iets zingen wat driehonderd jaar geleden is gecomponeerd door iemand met een metershoge witte pruik op zijn kop.

Er wordt ook heel hautain lacherig gedaan over de scheidsrechter die de wedstrijd Mali-Tunesië twee keer te vroeg affloot. Ook daar denk ik rigoureus anders over. Dat zou veel meer moeten gebeuren. Geen tijd bijtellen als een volwassen voetballer weer huilend vier minuten aan zijn hoofd heeft liggen voelen, maar gewoon op gevoel, helemaal in de lijn van de wedstrijd, zes minuten eerder affluiten. Het zou heel veel Europese wedstrijden die ik de laatste jaren heb gezien ten goede zijn gekomen.

Wat vooral opvalt en waar ik dus heel enthousiast over ben, is dat het een en al beleving is. Het is alsof alle Afrikaanse spelers van Europese clubs het eindelijk eens naar hun zin hebben. Het is ook heel prettig dat per landenteam ongeveer zes spelers er helemaal niets van kunnen. Ik herken dat. Ik was altijd een van die spelers.

Eindelijk lopen keepers per wedstrijd weer eens vier keer onder een voorzet door. Er wordt meerdere malen per wedstrijd van veertig meter afstand op doel geschoten en er is geen Nederlandse trainer van Club Brugge die daar iets aan kan veranderen. Het voetballen voor de Afrika Cup lijkt verdacht veel op geluk.

Dat daar hier, op de tv en in de krant, alleen maar een beetje lacherig over kan worden gedaan, vind ik stuitend. Dat domme, snuivende cynisme richting Afrika terwijl we zelf op onze rug liggen na de zoveelste zwartgeldaffaire, het voelt verkeerd. Ik schrijf het daarom nog eens drie keer. Afrika Cup. Afrika Cup. Afrika Cup!

Het Nieuwsblad : NB

fritzonline